Water de school in!

Water de school in! Meer onderwijs over Waterschap Rivierenland. Onderzoek in 2006

De taak van Waterschap Rivierenland is de zorg voor een duurzaam watersysteem. Voor die taak moet draagvlak zijn in de maatschappij. Eén methode om draagvlak te creëren is kinderen met water en waterschapstaken te laten kennismaken. Het Waterschap doet dit door educatieve faciliteiten aan het basis- en voortgezet onderwijs in het werkgebied aan te bieden.
WSRL wil nog meer bijdragen aan het bewustzijn dat watereducatie belangrijk is. De opdrachtgever wilde daarom graag weten of bij de scholen bekend is welke educatie WSRL aanbiedt, of de scholen het Waterschap hiervoor weten te vinden en of de inhoud en methoden van dit educatieve aanbod voldoen aan de wensen en behoeften van de leerkrachten.

Bureau BuitenWater heeft d.m.v. telefonische interviews en een enquête onder basisscholen in het werkgebied antwoorden op de vragen van het Waterschap gevonden.


(tekst uit eindrapportage)
Watereducatie
Alle scholen vinden watereducatie heel belangrijk, in de lessen wordt aandacht besteed aan algemene watereducatie. Dit gebeurt echter gefragmenteerd en meeliftend met andere onderwerpen zoals hygiëne, het weer, kringlopen, onderontwikkeling. Die algemene watereducatie kunnen de scholen zelf vorm geven. WSRL kan met name meerwaarde bieden bij educatie over waterschapstaken en over water(werkzaamheden) in de eigen omgeving. Deze onderwerpen zijn niet opgenomen in de schoolboeken. Scholen zeggen graag gebruik te willen maken van de expertise van Waterschap Rivierenland.

Educatie over waterschapstaken: onderwerpen en werkvormen
De wateronderwerpen die verband houden met de taken van WSRL worden voornamelijk in de bovenbouw (groep 6 tot 8) behandeld. Dit heeft te maken met het vermogen om in ruimte en tijd te denken en abstracte begrippen te kunnen begrijpen. Bijvoorbeeld: wat is een polder, 200 kuub water, gevolgen van vervuiling. Kinderen kunnen dit pas vanaf ca. 10 jaar.
Dit blijkt ook uit de ‘Leerlijn water’ die in 2004 ontwikkeld is door diverse instellingen voor NME (Veldwerk Nederland, SME MilieuAdviseurs en IVN, ‘Wie weet wanneer wat van water’. Doorlopende leerlijn voor het thema water, december 2004)

De geïnterviewden zijn enthousiast over de mogelijkheid excursies te volgen (rwzi’s, gemaal, natte natuur, werkzaamheden, etc.). Ook in de enquête geven de scholen aan dat ze hier zeer waarschijnlijk gebruik van willen maken. Echter, vervoer en begeleiding zijn lastig te organiseren voor leerkrachten.

Educatie over water in de eigen omgeving scoort hoog in de enquête en interviews. Het lijkt er echter op dat activiteiten die bij het grote publiek minder bekend zijn, ook bij de scholen minder belangrijk worden gevonden, waaronder waterpeilbeheer, baggeren en verdroging. Wellicht dat het gebruik van andere termen (bijvoorbeeld ‘wateroverlast’ in plaats van ‘waterkering’ en ‘waterpeilbeheer’) bij de enquête meer enthousiasme zou hebben opgeleverd. Bij de telefonische interviews werkte mondelinge toelichting wel stimulerend.